Artikel: Getijde en stroming Oosterschelde
- WJB
- 31 jan 2025
- 1 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 27 mei 2025

Het waterleven in de Oosterschelde wordt bepaald door eb en vloed. Het zoute water van de Noordzee stroomt dag en nacht onafgebroken in de Zeeuwse Delta. Zonder stromend water uit de Noordzee geen spectaculair onderwaterleven. Zonder droogvallende platen en slikken geen voedsel voor vogels, en geen rustplaats voor zeehonden. Zonder zout water geen zilte zaligheden, geen vloedmerkplanten, geen bruinvissen.
In ruim zes uur wordt het vloed – en stroomt het water de Oosterschelde binnen, daarna wordt het in dezelfde tijd eb – het water wordt weer lager. Het verschil tussen hoog en laag water is gemiddeld 3,25 meter. Eb en vloed ontstaan door de aantrekkingskracht van de maan op het water op aarde. De maan trekt als het ware aan het water, waardoor het water in de zeeën een bepaalde kant op beweegt. De aarde draait om haar eigen as en om de zon heen. Daardoor is de plek waar de maan het sterkst aan het water trekt telkens verschillend.
Door deze beweging is er een sterke stroming in de Oosterschelde. Op zijn sterkst kan de stroming een snelheid behalen van 6 knopen. Dat is bijna 11 kilometer per. Met het getij stroomt 800 miljard liter water de Oosterschelde in en uit.
Door de stroming ontstaan er diepe geulen (tot wel 53 meter diep) en zijn de droogvallende platen onderhevig aan verschuiving (wandelen). Jaarlijks is Rijkswaterstaat bezig om de betonning van de vaargeulen aan te passen en droogvallende palten op hun plek te houden.




Opmerkingen